Home
nieuws over de school onderwijs activiteiten jaarplanning roosters
home zoek sitemap

Toelating en overgangsnormen

1 Toelating

Het Zuiderlicht College staat open voor ouders, leerlingen en medewerkers van verschillende levensbeschouwingen. Toelating is aan normen gebonden zoals vermeld in deze schoolgids. Op elke locatie adviseert een toelatingscommissie over de toelating van nieuwe leerlingen. Het besluit over de toelating wordt genomen door de locatiedirecteur.
Van belang is nog te melden dat alsvoorwaarde tot toelating tot de school geldt, dat redelijkerwijs verwacht mag worden dat de leerling in staat zal zijn aan de onderwijsdoelen van de school te voldoen.

1.1 Toelating tot het eerste leerjaar

De school volgt bij de toelating tot de brugklas de Kernprocedure. Deze procedure is een overeenkomst tussen alle schoolbesturen van Amsterdam. Nadere informatie hierover kan verkregen worden bij de locatiedirecteur of op het internet: www.onderwijs.amsterdam.nl (onder Voortgezet Onderwijs/Rechten en Plichten).
Kinderen worden als leerling tot het eerste leerjaar van de school toegelaten als zij of hij zich aanmeldt met een positief advies voor het te volgen onderwijs van de directeur van de basisschool of van een school voor speciaal onderwijs of speciaal voortgezet onderwijs, en volgens een erkende toets (in het algemeen de Cito-toets) in aanmerking komt voor het gevraagde onderwijs, of reeds op een andere school tot het eerste leerjaar van het gevraagde onderwijstype is toegelaten.
In bijzondere gevallen kunnen nadere afspraken tussen ouders, school en leerling gewenst zijn. Deze worden schriftelijk vastgelegd. Voor het leerwegondersteunend onderwijs (LWOO) kan de school een grens stellen aan de toelating van het aantal leerlingen om een evenwichtige verdeling tussen deze groep en de overige schoolbevolking te handhaven.

1.2 Toelating tot een hoger leerjaar

Als een leerling nog niet op het Zuiderlicht College zit, kan hij of zij op basis van zijn diploma, getuigschrift, of het gevolgde onderwijs toegelaten worden tot een hoger leerjaar. Een leerling die van een gelijksoortige school of afdeling komt, wordt bij toelating geplaatst in het leerjaar waarin de leerling op die school af afdeling het onderwijs had mogen volgen. In bijzondere gevallen kunnen nadere afspraken tussen ouders, school en leerling gewenst zijn. Deze worden schriftelijk vastgelegd.

2 Overgang

In het algemeen geldt dat de leerling niet vrijwillig mag doubleren, ook niet als hij slechts kan worden bevorderd naar een afdeling of met een pakket waarvoor hij niet kiest. Wie over kan, moet over.

2.1 Overgangsnormen onderbouw

De normen voor de onderbouw gelden voor de overgang van klas 1 enklas 2.
Op het Zuiderlicht College worden aan de leerlingen en hun ouders of verzorgers per schooljaar drie cijferrapporten en drie woordrapporten uitgereikt. De ouders/verzorgers worden voor de cijferrapporten door de mentor op school uitgenodigd. Na de eerste, derde en vijfde periode krijgen de leerlingen een woordrapport mee naar huis. Na de tweede, vierde en zesde periode verschijnen de cijferrapporten. Alle cijfers worden gegeven als een decimaal getal met één cijfer achter de komma. Op het eerste rapport in de brugklas is 4,0 het laagste cijfer. Op de andere rapporten is het cijfer 3,0 het laagste cijfer dat er gegeven kan worden.
Op basis van de drie rapportcijfers per vak wordt een overgangscijfer berekend. Het eerste rapportcijfer telt één keer mee voor het overgangscijfer, het tweede rapport telt twee keer mee en het derde rapport telt ook twee keer mee. Deze cijfers worden opgeteld en gedeeld door vijf, zodat een gemiddelde ontstaat. De cijfers worden afgerond op hele cijfers en vormen samen het overgangsrapport. Op basis van de cijfers op het overgangsrapport wordt door de docentenvergadering aan de hand van de bevorderingscriteria het resultaat vastgesteld.
In het schooljaar 2005-2006 is de school begonnen met de invoering van leergebieden, te beginnen met Mens & Maatschappij. Het doel van deze ontwikkeling is het onderwijs aantrekkelijker en uitdagender te maken. Hierdoor wordt de kans op goede prestaties groter.
De vakken worden dan niet meer apart (aardrijkskunde, geschiedenis, economie, levensbeschouwelijke vorming) aangeboden, maar samen als een leergebied. leergebied .De onderlinge samenhang tussen de vakken wordt hiermee duidelijker, de stof wordt begrijpelijker.
Sinds 2007-2008 worden de leergebieden mens & natuur (biologie en verzorging) en natuur en techniek (natuurkunde, scheikunde en techniek) aangeboden.
Deze leergebieden staan ook op de rapporten.
Bij de overgang tellen alle vakken mee.
Bevorderd naar het volgende leerjaar zijn de leerlingen die gemiddeld een 6,0 of hoger staan.
De leerlingen die een gemiddelde tussen de 5,0 en een 6,0 hebben worden besproken in de overgangsvergadering. Eventueel krijgen deze leerling een taak mee die in de zomervakantie afgerond moet worden.
De leerlingen die een gemiddelde onder de 5,0 hebben, blijven zitten.
In de eerste klas kan in principe niet gedoubleerd worden. Alleen bij zeer bijzondere redenen kan de overgangsvergadering tot een doublure besluiten.
Overgang van klas 2 vmbo naar een leerwerktraject (LWT) gebeurt op advies van de lerarenvergadering.
In bijzondere gevallen kan de overgangsvergadering afwijken van de geldende regels. Deze gevallen worden door mentor, afdelingsleider of directielid voorgedragen.

2.2 Overgangsnormen bovenbouw vmbo

Op het Zuiderlicht College wordt voor elke leerling de gekozen leerweg (basis of kader) en sector aan het einde van leerjaar 3 naar aanleiding van de resultaten beoordeeld. Dan volgt een definitief besluit t.a.v. de leerweg.
•Indien een leerling in klas 3 tot het kerstrapport slecht heeft gepresteerd, kan aan de ouders schriftelijk worden meegedeeld dat een doublure aan het einde van het schooljaar tot de mogelijkheden behoort. Over een dergelijke doublure beslist de locatiedirectie.
•Voor de overige leerlingen is een overgang naar klas vier gegarandeerd. Op deze wijze kan de leerling zich het gehele schooljaar concentreren op de onderdelen van het schoolexamen en het uiteindelijke centrale examen.
•Daarbij kan het in bijzondere gevallen nog wel voorkomen dat aan ouders en leerling het advies wordt gegeven om klas 3 te doubleren.
In bijzondere gevallen kan de overgangsvergadering afwijken van de geldende regels. Deze gevallen worden door mentor, afdelingsleider of directielid voorgedragen.

2.3 Overige regels

1.De eerste klas kan in principe niet gedoubleerd worden. Alleen bij zeer bijzondere redenen kan de overgangsvergadering tot een doublure in de eigen afdeling besluiten.
2.In het geval van afwijzen geeft de overgangsvergadering een bindend advies over de mogelijke voortzetting in het volgende schooljaar.
3.In de leerjaren 2 en 3 is doubleren in de eigen afdeling in principe alleen toegestaan als de waarde van het rapport hoger is dan -15. Indien de waarde -15 of lager is, dan beslist de overgangsvergadering over een doublure in de eigen afdeling.
4.Overgang van klas 2 vmbo naar een leerwerktraject (LWT) gebeurt op advies van de lerarenvergadering.

3 Centraal examen en schoolexamen

3.1 Examenreglement

In het examenreglement is opgenomen volgens welke procedures en regels het centraal en het schoolexamen worden afgenomen. Elke leerling die start met zijn of haar schoolexamen krijgt een exemplaar van het examenreglement.

3.2 Programma van Toetsing en Afsluiting

Het examen bestaat uit een schoolexamen en een centraal examen, dat in de maand mei van het laatste jaar plaatsvindt. De regels en inhoudelijke eisen per examenvak van het schoolexamen staan opgenomen in het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA), dat aan elke leerling wordt uitgereikt.

4 Overstappen aan het eind van leerjaar 1 of 2

INLEIDING:
Binnen de Amarantis zijn afspraken gemaakt die er toe moeten leiden dat leerlingen die willen overstappen van de ene naar de andere locatie daartoe in principe in de gelegenheid worden gesteld; het betekent in de praktijk dat leerlingen van het Zuiderlicht College die bv. na het tweede leerjaar naar een sector overgeplaatst willen worden die op de eigen school niet wordt aangeboden, een plaats gegarandeerd krijgen binnen Amarantis.
De volgende afspraken zijn daarover gemaakt:
1.Indien een leerling een overstap maakt van één locatie naar een andere van Amarantis, beslist de overgangsvergadering over afdeling, niveau, leerjaar en locatie waar de leerling het volgende schooljaar onderwijs zal volgen. Bij overstappen naar de zorglocatie Apolloschool geldt dat het alleen om leerlingen kan gaan die een specifieke problematiek hebben en daarvoor een bijzondere toelage ontvangen.
2.Een leerling kan het recht verwerven om aan het eind van klas 1 of 2 op te stromen (Beroepsgerichte leerweg ® TL/GL ® H/V), als het gemiddelde cijfer van elk rapport 8,0 of hoger is.
In alle gevallen wordt een advies uitgebracht door de overgangsvergadering, dat met ouders en leerling besproken wordt.
Indien niet aan de cijfereisen voldaan is, kan de overgangsvergadering alsnog een positief advies uitbrengen.
Indien wel aan de cijfereisen is voldaan, kan het advies ook negatief zijn, maar ouders en leerling kunnen dit advies naast zich neerleggen.
3.Een in 1. genoemd besluit volgt op een aantal procedurele stappen die hieronder zijn weergegeven:
a)Elke locatie stelt uiterlijk eind april vast welke leerlingen naar alle waarschijnlijkheid over zullen moeten of kunnen stappen naar een andere afdeling op een andere locatie.
b)De verantwoordelijke afdelingsleiders, van wie er op elke locatie een functioneert als “overstapcoördinator”, stellen de ouders op de hoogte en nemen direct na de rapportvergaderingen contact op met de andere locatie(s) om de mogelijke leerlingenstromen te bespreken.
c)De verantwoordelijke afdelingsleiders van de nieuwe locaties brengen over de voorgenomen overstappen een algemeen advies uit, gebaseerd op de kennis van hun eigen school en afdelingen.
d)Met de betreffende ouders wordt voordien vastgesteld of zij akkoord zijn met de eventuele overstap naar de geplande locatie.
e)De locatiedirecteuren houden bij de voorbereidingen van de formatie rekening met de aantallen geprognosticeerde overstappers.
f)Bij een laatste peiling tegen het eind van het schooljaar nemen de overstapcoördinatoren nogmaals contact met elkaar op om de stand van zaken door te nemen.
g)Indien noodzakelijk kunnen de locatiedirecteuren bij de formatie rekening houden met eventueel gewijzigde aantallen. De voorspellingen die in eerste instantie zijn gedaan moeten wel zo zorgvuldig zijn dat grote wijzigingen onwaarschijnlijk zijn.
h)Bij het overgangsrapport wordt definitief vastgesteld welke leerlingen over kunnen/moeten stappen naar een andere locatie. De definitieve instemming van de ouders wordt vastgesteld.
i)De gegevens worden zo spoedig mogelijk door de overstapcoördinator aan hun collegae meegedeeld.
j)De overdracht van de schriftelijke leerlingendossiers gebeurt voor de afsluiting van het schooljaar door de verantwoordelijke afdelingsleiders in een persoonlijk gesprek met een uitgebreide toelichting door de afdelingsleider van de toeleverende locatie.
Geschillen of bezwaren
Indien locaties het niet eens kunnen worden, beslist de groepsdirecteur.
Ouders kunnen binnen een week na een officiële berichtgeving door de school over de gevolgde procedure een schriftelijk en gemotiveerd bezwaar indienen bij de clusterdirecteur. De groepsdirecteur beslist over het bezwaar zo mogelijk binnen een week na de indiening van het bezwaar na partijen gehoord te hebben.

5 Overige bepalingen

•In een leerjaar mag ten hoogste eenmaal worden gedoubleerd.
•Over twee opeenvolgende leerjaren mag niet langer worden gedaan dan drie jaar (m.a.w. doubleren in zowel klas 2 als klas 3 kan niet).
•Leerlingen kunnen brugjaar 1 niet overdoen, tenzij zwaarwegende redenen van medische of psychologische aard doubleren noodzakelijk maakt.

5.1 Bezwaarprocedure

Ouders kunnen binnen een week na een officiële berichtgeving door de school over de gevolgde procedure een schriftelijk en gemotiveerd bezwaar indienen bij de clusterdirecteur. De groepsdirecteur beslist over het bezwaar zo mogelijk binnen een week na indiening van het bezwaar na partijen gehoord te hebben.